JOHAN TAHON
In Der Welt sein
Keramische beelden
1 maart – 25 mei 2008

De titel "In der Welt sein" is ontleend aan Heidegger die in zjn hoofdwerk "Sein und Zeit" beweert dat de mens zijn bestaan "voltrekt". Dit voltrekken is steeds een onthullen en verhullen. Het menselijk bestaan is een "ontwerpend openbreken" van een toekomst. In de beelden van Tahon wordt het zoeken naar een laatste grond aan de orde gesteld. Hij gelooft, in scherp kontrast met de ontmanteling van de metafysica door Derrida , dat kunst een metafysische dimensie heeft.
Zwart Huis toont witte beelden. De bekende monumentale beelden in gips staan in confrontatie met de nieuwe keramische kleinere beelden. In de keramiek verschijnen koppen die met een hoogglanzende witte glazuur bedekt zijn. De koppen zijn gestolde emoties. De witte huid weerkaatst licht en omgeving. Het tactiele onregelmatige oppervlak laat uitschijnen dat de barst in de ziel schrijnend aanwezig is. Het wit is een balsem op de wonde (Zeig deine Wunde leerde Beuys) maar glanzend wit is ook een kleur die oneindige transparantie veronderstelt. Wit blokkeert niet. Het wit van Tahon toont een hogere toestand van zijn omdat wit de lichtste ademtocht van de materie is.
Een opvallend gegeven zijn de tweelingkoppen : ze haken zich in elkaar als Siamese spitsbroeders en bestaan in een pijnigende stilte. Ook de grotere mannen en vrouwenkoppen worden summier geïdentificeerd en zijn zuivere existentie. De nadruk ligt op het gezicht omdat dit essentieel is voor (h)erkenning en identificatie.
De keramiek van Tahon bevestigt de stelling van de grootste kunstenaars (Michelangelo, Rodin) dat het handwerk ingeschat wordt als het hoogste goed. Het is de garantie op een synthese tussen licht en duisternis, geboorte en dood, vorm en inhoud, belofte en vervulling. Tahon benadrukt de erg fysieke omgang met materialen : het is voelen en ontvangen. "Beeldhouwen is de meest volledige vorm van leven, omdat je zowel fysiek, psychisch als filosofisch tot het uiterste gaat."
Johan Tahon is in de generatie na Panamarenko de belangrijkste Belgische beeldhouwer. Hij situeert zich zelfbewust en terecht in de traditie van Rodin, Brancusi, Lehmbruck en Giacometti. Sedert 1996, door een opgemerkte aanwezigheid in de groepstentoonstelling "De Rode Poort" in Gent, treedt Tahon op het voorplan met monumentale beelden in gips, klei, brons en polyester. Er ontstaan menselijke, hybride ( uit heterogene elementen bestaand, soms mens-dier) en androgyne (tweeslachtige) wezens. Hoewel kwetsuren, wonden en littekens de huid teisteren tonen de beelden een nooit falende energetische bezetenheid. Deze beelden vormen en vervormen zich in de uitstulpende ledematen, die gewicht verkrijgen door zwellingen en bolvormige parasiterende uitstulpingen. Het beeld lijkt buiten zichzelf verder te groeien. De figuren staan, buigen, plooien, breken en kantelen zonder dat een fundamenteel evenwicht verloren gaat. De anatomie is het uitgangspunt maar de onorthodoxe manipulatie van dit onmisbare basisgegeven, leidt naar versnippering en wat de kunstenaar "verschijning" noemt. Terwijl de vroege beelden hermetisch zijn dringt er recent een versoepeling op in de relatie met de ander. Er groeit een identificatie met de mens en zijn evenbeeld, de mens en zijn geschiedenis, de mens en zijn diepste driften en verlangens. De positieve herkenning van het object als mens scherpt de aandacht van de toeschouwer. Hij kijkt naar een evenbeeld van zichzelf en geraakt door het erkenbare beeld dichter bij zichzelf én de ander. Toch blijven beeldhouwer en kijker achter in een fundamentele, haast noodzakelijke eenzaamheid.
Jan Hoet schrijft over dit oeuvre :"De verbrokkeling dialogeert met constructie. En ook wanneer je de anatomische geledingen bekijkt, uitgelengd of gezwollen, gefragmenteerd of verbonden, lijkt het alsof de anatomie moet worden heruitgevonden, steeds opnieuw."
Johan Tahon is geboren te Menen in 1965, woont in Zwalm en werkt in Zwalm en Oudenaarde. Na een initiatie in de tekenacademie van Menen op 14-jarige leeftijd, waar hij reproducties ziet van Rodin en Brancusi, besluit hij beeldhouwer te worden. Hij studeert beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten te Gent.
Na een periode van bittere armoede komt de eerste doorbraak er door zijn opgemerkte participatie in "De Rode Poort" 1996 in het Museum voor Hedendaagse Kunst te Gent.
Verschillende individuele en groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland volgen elkaar snel op. Het werktempo van Tahon is verschroeiend hoog en intens.
In 2002 volgt er "Johan Tahon te gast bij Constant Permeke" in het Permekemuseum te Jabbeke.
In 2003 toont hij monumentale polyesteren figuren tijdens "2003 Beaufort" te Oostende.
Hij wordt geselecteerd voor "Once upon a time ..." in het MuHKA te Antwerpen in 2005.
Hij is tevens aanwezig in een collectiepresentatie "Sammlung MARTa - Eine Auswahl" in MARTa in Herford.
De belangrijkste individuele tentoonstelling in het buitenland heeft plaats in Museum Beelden aan Zee, Scheveningen, 2006-2007. Hij toont hij er "In Fluïdum", een dertigtal monumentale, deels tijdelijke realisaties aangepast aan en ingepast in de immense ruimten. In een brief aan de kunstenaar schreef ik :"Interessant vind ik de confrontatie tussen witte beelden binnen (uitzondering gemaakt voor het magische groene beeld met het rode ES geschreven op ooghoogte, waarschijnlijk een van je sterkste kreaties) en de bronzen beelden bij de ingang en op de patio. Die overgang raakt mij fysiek (...) Het zijn stuk voor stuk een soort verlangende, vragende hybride wezens die zich letterlijk in alle bochten "krommen om door de wereld te kommen". (...) Je geeft je beelden bijna altijd een "gelaat" dwz. er is constant een identificatie met de menselijke uitdrukking en psyche mogelijk."
Tahon realiseert in Scheveningen tevens een gigantische muurschildering die hij een "kosmologische schets" noemt. Met begrippen als NUMEN INEFFABLE, AMOR, ES, SUN en RATIO AETERNA onstaan reflecties die verwant zijn aan Dantes Divina Comedia.
IKOB Museum für Zeitgenössische Kunst Eupen nodigt Tahon uit voor een dubbeltentoonstelling met Ronny Delrue in het voorjaar 2007.
In de zomer van 2007 toont hij rondom en in het Dominikaner kerkje in Knokke-Zoute nieuwe beelden die de ruimte en het gebouw opnieuw definiëren als een "Sacra Conversatione".
In een brief van 28 oktober 2007 meldt Johan mij dat hij voor een tweede maal naar Turkije gereisd is. "Ik raak steeds meer gefascineerd door het mysterieuze kruispunt dat Turkije is. De oude Soefie teksten, hun muziek en rituelen trekken mij er enorm aan." Hij werkt er aan grote hemelkaarten die hij met de hand tekent op klei gemengd met kwarts. In Iznik ontstaan de indrukwekkende succesvolle keramische werken. Daghâm Özil is Tahons mecenas in Turkije.
Er volgt een grote individuele tentoonstelling in Istanboel met uitsluitend keramiek.
Begin 2008 krijgt Johan Tahon een opdracht in Den Haag, na een selectie met 750 deelnemende kunstenaars, om een beeld van 20 meter hoog te realiseren.
Eind 2008 verschijnt bij Ludion een monografie met teksten van Peter Verhelst, Professor Dr. Kurt Audenaert, Paul Depondt en Wim van Mulders.
Wim Van Mulders