RONNY DELRUE

ROOMS OF MY HEAD

Voor Ronny Delrue zijn de dingen niet wat ze lijken. Het Zwart Huis wordt een hoofd, meer bepaald zijn hoofd, en de zeven verschillende kamers nodigen ons uit tot een verkenningstocht in dat hoofd.

Dat Delrue in het Zwart Huis tentoonstelt mag op zijn minst symbolisch genoemd worden. Het zwart is immers een belangrijk element in zijn werk, een uiting van zijn belangstelling voor de vervuiling waarvan ieder mens slachtoffer is: we komen blanco ter wereld en verzamelen in ons leven steeds meer vuil en eindigen als het ware zwart. Ons hoofd vult zich steeds meer met de consequenties van ons handelen. Zwart staat daardoor ook voor een opeenstapeling van vele deeltjes, voor een langzaam opgebouwde densiteit. Maar het geheel dat zo opgebouwd wordt bevindt zich in een wankel evenwicht en vergaat bij het minste geringste weer tot stof. In zijn werk gedraagt Delrue zich graag als een soort archeoloog die begint te graven en aan de hand van kleine teruggevonden segmenten begint te reconstrueren. Daarvan getuigen zijn diepgelaagde schilderijen, zijn dagboekaantekeningen die als 'sporen' nauwkeurig gedateerd worden en sinds kort ook in klei gebakken figuren. Een verblijf afgelopen zomer in het EKWC* liet hem experimenteren met deze voor hem tot dan toe ongekende materie. Het is opmerkelijk dat er weliswaar een aantal grote figuren uit voortkwamen, die in de tentoonstelling nadrukkelijk in kisten worden gepresenteerd, nooit statisch alsof net aangekomen en al weer klaar om te vertrekken. Maar wellicht belangrijker is dat Delrue ook het hele onderzoeksproces als resultaat beschouwd. Zo bewaarde hij zorgvuldig alle aantekeningen over baktemperaturen en verschillende mogelijke kleuren van de klei. Hij bewaarde alle kleine restjes klei, gruis en stof die hij gebakken of gewoon gedroogd had om te zien welk resultaat verschillende baktemperaturen en -tijden hadden. In het Zwart Huis worden die nu gebruikt in een van de kamers die als een soort van laboratorium dient. Niet toevallig is het de voormalige speelkamer van het huis. Gedurende de hele tentoonstelling maakt Delrue hier een 'work in progress' waarbij hij op grote vellen papier de verschillende mogelijkheden onderzoekt van zijn losse kleionderdelen. Door ze over het papier te schuiven ontstaan er sporen die op hun beurt weer aanleiding geven tot tekeningen die langzamerhand de wanden van de kamer zullen gaan bedekken. Hij slaat dit proces zorgvuldig gade, documenteert het en zal ongetwijfeld die documentatie weer opnieuw gebruiken. Het hanteren van dit procesmatige in een driedimensionale vorm mag een merkwaardige evolutie lijken binnen het werk van Delrue die overwegend als schilder beschouwd wordt. Maar in feite ligt het proces, het hele idee van opkomen, ontstaan, vergaan en weer trachten te reconstrueren, aan de basis van zijn hele denken, doen en laten. Ook in zijn schilderkunstige onderzoek komen deze facetten aan de orde. Dat een huis daarbij een hoofd kan worden en een lichaam misschien gezien moet worden als een landschap, is in de wereld van Delrue niet meer dan normaal. In zijn tentoonstelling 'Rooms of my Head' laat hij ons de verschillende kamers van het Zwart Huis en hun inhoud onderzoeken als de archeoloog die hij zelf is. We wandelen van het salon, met de overschilderde portretten en de beelden in kisten, naar een intiem tekeningen- en etsenkabinet, naar kamers met een of twee tekeningen, naar een kamer met een lint van dagboekaantekeningen, naar het laboratorium. We zwerven rond als in Borges' labyrint en zijn aan het eind weer iets rijker, iets 'zwarter', als toen we het pand betraden. We laten de verschillende beelden en indrukken om elkaar heen draaien tot een nieuw geheel en komen wellicht later nog eens terug om te zien wat er ondertussen van is gekomen.

Het Zwart Huis staat stevig op het kruispunt van twee straten, maar binnenin beweegt het en ruist het zoals de gedachten in ons eigen hoofd.

Tekst: Edith Doove

*EKWC, Europees Keramisch Werkcentrum, 's Hertogenbosch, NL