LUC
DELEU
De meeste architecten komen tijdens hun carrière niet aan
architectuur toe. Zij verwarren bouwen met architectuur, maar
het is niet omdat iets gebouwd is dat het architectuur is. Luc
Deleu (°1944), architect en stedenbouwkundige, is een buitenbeentje
in de Belgische architectuurwereld. Toen hij afstudeerde begreep
hij reeds vlug dat hij helemaal niet moest bouwen om architect
te zijn. Daarom richtte hij zijn leven – deels bewust, deels
onbewust – zo in dat hij niet mislukt als hij niet bouwt.
Omdat hij niet zo afhangt van het bouwen, is hij min of meer ongenaakbaar
geworden. Deleu kan nodige standpunten innemen die anderen niet
kunnen innemen. Dat laatste doet hij ook voortdurend. Hij doet
mee aan architectuurwedstrijden, doet voorstellen die jury’s
met stomheid slaan. Zoals bijvoorbeeld zijn Voorstel voor een
mobiele universiteit (1972): gevestigd op drie grote vliegdekschepen
zouden studenten de wereld bevaren. Twee vliegen in een klap volgens
Deleu: kostbare grond uitgespaard en de studenten zien nog wat
van de wereld. Voor de wedstrijd Stad aan de Stroom bedacht hij
Antwerp, your next cruise stop (1990), een enorme draaibrug in
het stadscentrum die de rechter- met de linkeroever moest verbinden.
Of nog: waarom niet de TGV in Antwerpen gewoon door de lokettenzaal
laten razen? Het ene idee lijkt nog onzinniger dan het andere.
Of toch niet? Wie ze van dichterbij bekijkt kan niet anders dan
gegrepen worden door het fantastische ervan, en de kracht die
erin schuilgaat. Want wat Deleu keer op keer presenteert is een
nieuwe manier van denken, een nieuwe manier om architectuur, wonen
en bouwen te benaderen.
De Onaangepaste Stad
De laatste jaren werkt Deleu aan de Onaangepaste Stad, een werk
in progress. Het begon allemaal met een project dat hij voor Wenen
uittekende: een stadsdeel, voor 120.000 tot 150.000 mensen, met
een centrale as die het eiland in het midden van de Donau verbindt
met de luchthaven. De belangrijkste vraag voor Deleu was toen:
welk programma moeten we in die brug stoppen om een werkelijke
publieke ruimte te hebben die interessant is en waarin niets vergeten
werd? De conclusie was dat hij eigenlijk geen idee had van dat
programma van de stad. Erger nog: niemand had die idee ooit trachten
te formuleren.
Wat maakt een stad een stad? Welke voorzieningen zijn er nodig?
Hoeveel scholen? Hoeveel ziekenhuizen, restaurants, cafés,
transport, winkels …? Welke delen moeten architectonisch
uitgebouwd worden? Waar is dat minder belangrijk? Deze en andere
vragen houden hem sedertdien bezig. Dingen die je niet zomaar
in een bibliotheek kan opzoeken. Er bestaan wel studies over stukjes,
nooit over de totaliteit.
Dus
maakte Deleu zelf een studie om een idee te krijgen van wat er
allemaal aanwezig is in de stad, de verschillende schalen van
wat architectonisch expressief kan zijn. Die studie ging geleidelijk
aan op zichzelf staan: De Onaangepaste Stad is een theoretisch
project waarbij het filosoferen over de stad even belangrijk is
als de uitvoering. En na het Wenen-project volgden nieuwe: Bricabrac,
Dinkytown, Vip City. Het project voor Wenen bestond uit allemaal
gelijke woonblokken en dat vond iedereen retrograde. Volgens Deleu
is daar niks tegen, als het maar goede blokken zijn. Maar dat
laatste is iets waar men zelden over nadenkt. Die commentaar was
de aanleiding voor Vip City, waar mensen op kavels in villa’s
wonen (dat wordt niet als retrogade ervaren!). Je kan precies
uitrekenen hoe groot zo’n kavel kan zijn, vertrekkend van
de globale beschikbare oppervlakte: zo groot als de helft van
de Groenplaats. Ongeveer. Als je groter woont, woon je onbeleefd.
Onfatsoenlijk.
Vip City is een stad, gebouwd rond een centrale as van 7,5 km
waarin verschillende functies zijn geconcentreerd. Voor Deleu
zal de tekening af zijn als hij een maquette kan maken van een
fragment, een gebouw met een nog nooit gezien programma. Zoiets
als een cinemacomplex en een theatercomplex in één.
Maar dan een verrassende combinatie. Op de tekening specificeert
hij trouwens nooit wat het is. Soms kan je het uiteraard zien:
een voetbalveld blijft een voetbalveld en een theater is qua vorm
ook herkenbaar. Maar tussen een ziekenhuis, een ouderlingentehuis
en een klooster bestaat niet zoveel verschil:
het zijn allemaal kaders met gemeenschappelijke voorzieningen.
En toch blijft ook Vip City een onaangepaste stad. Voor Deleu
zijn steden altijd onaangepast geweest. Daarmee bepaal je juist
de essentie van de stad. Door dit project de Onaangepaste Stad
te noemen, zegt hij verschillende dingen tegelijk. Het is maar
één model, een mogelijke oplossing. Omdat hij zich
buiten het bouwproces heeft gezet, kan hij het zich permitteren
om dat ook toe te geven. En het is een beetje humoristisch. Vindt
men het verkeerd, kan hij altijd antwoorden: het is ook onaangepast.
Bovendien: een aangepaste stad, aan wie zou die aangepast moeten
zijn? Aan Bush? Aan Deleu?