BENOÎT
De tekenaar-schilder
Benoît Van Innis (°1960 te Brugge) observeert de geheime
roerselen in de mens. Dit gebeurt met veel gevoel voor ironie.
Het poëtisch aspect wordt versterkt door een ondergedoken
melancholie. Zijn figuren wandelen, zitten, denken, schrijven,
schilderen, kijken, lezen, piekeren en dagdromen. Ze werken nooit.
Benoît is vooral gekend als tekenaar in “De Standaard
der Letteren” en “The New Yorker”. Enkele jaren
geleden ontwierp hij voor het Metrostation Maalbeek te Brussel
een monumentale tegelwand, die hij in het Portugese Sintra schilderde
in de manufactuur Viuva Lamego. Ook voor de bibliotheek van Mercator
te Antwerpen ontwierp hij een tegelwand, en recentelijk ontwierp
hij een groot werk op tegels (11/5,5 m) in het kader van Brugge
2002 voor het Jan Breydelstadion.
”Je voudrais bien être”...
tussen droom en werkelijkheid.
Middelpunt van de tentoonstelling is een editie die Benoît
heeft gemaakt in opdracht van het Zwart Huis. "Je voudrais
bien être"' luidt de titel. Ze bevat zes zeefdrukken,
op groot formaat (50 x 63 cm). 75 exemplaren zijn gedrukt.
Op ieder blad heerst een kleur. Tegen dat licht verschijnt telkens
een enkele figuur: een kleedje, een hond, een meisjesgezicht,
een handtas, …. Hun trekken tekenen zich duidelijk af tegen
de kleur van de drukinkt en het wit van het papier; een hemel
met wolken. Leg je de bladen naast elkaar dan opent zich een portret
van een vrouw. Ze wordt aanbeden. Over de beelden strekken zich
woorden uit. Bij elke karakteristiek van de vrouw staat een zin
geschreven: "Je voudrais bien être ta robe", 'Je
voudrais bien être ton chien", "Je voudrais bien
être ton visage". Uitroepen van een verliefde man die
dat alles wil zijn om altijd en overal bij zijn meisje te zijn.
De versjes komen uit een liedje van Bourvil. De Franse acteur
zong "Je voudrais bien être" in de jaren zestig.
Een orkestje zorgde voor een lyrische toon van een lichte wals,
tussen zijn woorden danste de zanger met een korte lach. Twee
jaar geleden hoorde Benoît dat liedje op een cd, de zang
van de verliefde man bleef trillen in zijn atelier. Benoît
begon met zwart-wit tekeningen.
"Je voudrais bien être ta robe" publiceerde hij
vorig jaar in de krant De Standaard. Nadien maakte hij een reeks
in aquarel. Op uitnodiging om tentoon te stellen in het Zwart
Huis stelde Benoît voor om er een editie van te maken. Dit
is de eerste editie van het Zwart Huis.
Hoe het liedje eindigt, dat kom je niet te weten in de versie
van Benoît. De zanger Bourvil verlangt om alles te zijn
wat aan de vrouw toebehoort maar hij is slechts zichzelf, een
man waar de vrouw aan voorbijloopt. Met "Je voudrais bien
être" geeft de Franse komiek een lijdzame versie van
een eeuwige menselijk drama: de breuk tussen droom en werkelijkheid.
Kunstenaars vinden soms een middel om die kloof te dichten.
"Je voudrais bien être" kan je zien als een motief
van alle werken van Benoît. Naast de bladen van de editie
brengt de tentoonstelling een overzicht van recente schilderijen,
aquarellen en tekeningen. Vaak verbeeldt Benoît scènes
uit het leven van alleman. Ze kunnen variëren van een dolle
voetbalwedstrijd tot een ijdel museumbezoek, van een drinkgelag
onder vrienden tot een bepeinzing van een eenzame dichter op een
bergtop. Maar al geeft Benoît het concrete leven weer, met
ieder beeld reikt Benoît naar een abstracte schoonheid.
Achter de glimlach om de mens schuilt de ernst van de kunst. De
woorden "Je voudrais bien être" klinken na in
de tekeningen en schilderijen van Benoît; hij is vervuld
van een verlangen. Naar kleur, naar volume, naar ruimte. Deze
beeldende kracht van Benoît wil Het Zwart Huis in de tentoonstelling
belichten.
Tekst: Jan Florizoone
Foto's: Bart Van Leuven
www.benoit-artist.com